Eén groot lichaam

By Maurits de Bruijn

Het begint, hoe Joods, met mijn naam
Al horen de namen uit de Thora een vooruitwijzing te zijn
wijst die van mij terug

Maurits is een Moshe die er niet mag zijn
Een christelijke verbastering
een naam die schuilt
druipt van angst en schaamte

Maurits gaf Moshe een jas van veiligheid
het zijn namen als deze, het is het verstoppen
dat ons leven gaf

Mijn grootouders hebben zich te laat of te slecht verstopt
zijn te dood om Joods te zijn
en hun dochters ook
Zij zijn nooit ondood geweest

Maar ze verstopten mijn moeder en mijn moeder wikkelde me in een schuilnaam
met een Koninklijk pardon

Probeer de schaamte en angst die je naam op ieder onderliggend vel doordrukt maar eens uit te wissen

Probeer maar eens Joods te zijn
in 2024

Probeer het maar
je kunt het niet fout doen

Het was een Perzisch-Britse Jood die over een tafel vol wijn die niet geoorloofd was, zei:
Je ziel is Joods

Ik wil er niet romantisch over doen
al gloei ik nog na
ging ik rechterop zitten
schudde ik de bochel af die ik altijd als Joods had bestempeld
al bleek die bij nader inzien van mijn goyische vader

In therapie leren we ons Joodse lichaam
dat het nu leeft
dat het ons niet zal verraden
dat gevaar geweken is
al leven we in een land dat dat gevaar
de Jodenhaat
keer op keer externaliseert
Antisemitisme was van de Nazi’s
zeggen Nederlanders
Het is van de Nederlandse Marokkanen
Het is van de Nederlandse Turken
Het is nooit van hen

Het is de rabbi die bij de uitgang van de sjoel, vroeg
van welke Piller-tak ik stamde
en de schaamte zuurstof kreeg net als een kamer in mijn huis
waaraan geen mezoeza hangt
omdat de vriendin die het zou zegenen
vindt dat ik radicaal geworden ben

In mijn woonkamer hangt een oude zegening voor het appartement
in een taal die ik niet kan lezen
die ik vond in een vuilcontainer in Tel Aviv
rechtsonder een gat dat zicht biedt op de muur

Exposed bricks doen me aan barakken denken

Het is slim dat we stenen boven bloemen verkozen
om de dood te vergezellen
want stenen kennen geen seizoen, geen einde

Ons lichaam is het verschil tussen de temperatuur van de lucht die onze neusgaten binnengaat
en de temperatuur van de lucht die we uitademen

Onze ziel is het verschil tussen de gedachten en beelden die binnenkomen
en de gedachten en beelden die we maken

Met alle gebeden neurie ik mee
scheur het brood omdat zij het ook doen
Mijn Joodse imposter syndroom
opgezogen door de longen van zij die het wel weten

Het ding met dat bedriegerscomplex
is dat het je niet vrijpleit
de schaamte nooit beloond wordt
voorzichtigheid geen veiligheid biedt

Het hele ding is dat
het gevaar pas wijkt wanneer wij dat besluiten
het neerkomt op dat besluit
Joods te zijn

Ik wil niemand teleurstellenmaar ik doe geen enkele moeite meer het te voorkomen

Ik vouw mezelf uit
omdat ik ook de doden ben
wij ook de doden zijn

De ziel is geen kamer in ons lichaam
het is de ruimte tussen de huizen

We hebben, we zijn
één groot lichaam
1 Joods lichaam

Ik stel voor dat we daarnaar terugkeren, naar het moederschip, waar we melk drinken om vet te worden, frituren in de kajuit, boterkoek op het dek, kippensoep achter het roer, we allemaal thuiskomen in een lichaam dat zich aan oud voedsel laaft

Dus niet in één land
maar in één lijf

Dat lichaam eet en drinkt
omdat het moe is

Als een volk nomadisch en incompleet kan zijn, de leegte en afwezigheid weet te aanvaarden,
kan het zich uitstrekken, troosten, over landgrenzen en geschiedenissen reiken, alle namen dragen, kan het knap zijn, liefhebben, zingen, aardappels raspen en kaarsen ontsteken

Maurits de Bruijn
Maurits de Bruijn