“Wij willen Joodse tijd, Joods leven, Joodse zichtbaarheid, ook voor niet-Joden.”
Wij hebben ruimtes nodig die onbewaakt maar veilig zijn, open en nieuwsgierig.
Wij willen graag onze deuren openen en al onze buren welkom heten in onze thuisplekken, onze makom. We willen onverholen en onverbloemd Joods zijn, verweven met de gemeenschap in ons gedeelde hier-zijn en in solidariteit. Maar soms hebben we ook beslotenheid nodig. We hebben onze eigen ruimtes nodig waarin we niemand zichtbaarheid, transparantie en verantwoording verschuldigd zijn. We hebben gesloten deuren nodig voor onze rituelen en gesprekken, waar we samen kunnen zijn, samen kunnen leren, en samen onszelf kunnen zijn.
Wij hebben ruimtes buiten de poorten van de instituties nodig voor ons veranderlijke, dynamische bestaan, om onze Joodsheid te verkennen en te beoefenen, gevestigdheden te overschrijden, fouten te maken, en weer nieuwe ruimtes van liefdevolle onenigheid te scheppen.
Misschien worden de ruimtes die wij vormen op een dag zelf gevestigde instituties die toekomstige generaties Joden op hun beurt zullen uitdagen. Laten we het hopen. Dat is precies hoe Joodsheid overleeft: door voortdurende vernieuwing, door traditie en afwijking, maar nooit eenduidig, nooit rechtlijnig.

