Wij willen reparaties voor het Joods leven niet voor de Joodse dood

“Betalen we herstelbetalingen om het gesprek uit de weg te gaan?”

Voor onze voorouders bestond geen wredere straf dan karet, verbanning uit de gemeenschap. Voor sommigen van ons voelt het alsof we vandaag de dag precies deze straf leven, zij het in een nieuw jasje. We voelen ons alleen, blijvend op zoek naar een gevoel van thuishoren en thuiskomen in een wereld na de sjoa.

De onuitgesproken aanname die besloten is in reparaties is dat als je voor de sjoa in armoede leefde, je ook na de sjoa armoede verdient. Als je voor de oorlog in rijkdom leefde, verdien je ook erna rijkdom.

Wij hadden niet allemaal kostbare bezittingen zoals kunst of huizen of sieraden. Wij zijn van meer dan alleen geld en goederen beroofd. Vermogen was het minste van onze verliezen. Onze levens waren ingewikkelder dan omvat kan worden in reparaties.

Onze levens waren belijdend, wereldlijk, politiek, complex. Wij hadden vakbonden, scholen, synagogen. Wij leefden.

De bakkerij, de vishandel, de chocolaterie, het café, de zuurkraam lonken alleen nog vanaf oude prenten en zwart-witfoto’s. Het is smartelijk eenzaam om door straten te lopen waar we geen stap kunnen verzetten zonder te struikelen over Joodse dood, maar waar geen spoor meer over is van het ooit bruisende Joods leven, terwijl wij smachten naar herkenning.

inhoudsopgave