Wij zijn Joden in Nederland, mensen van over de hele wereld die hier een toevluchtsoord hebben gevonden. Sommigen van ons hebben in de afgelopen jaren hier ons thuis gemaakt, anderen leven hier al eeuwen. We komen niet met lege handen, maar brengen geschenken: talen, verhalen, eten en cultuur. We zijn de nakomelingen van hen die de sjoa, de inquisitie en allerlei andere vormen van geweld, verbanning en vervolging hebben overleefd. Je herkent onze nalatenschap aan de woorden die je gebruikt, het eten dat je nuttigt, her en der wat Hebreeuws schrift op een gevel. Je struikelt over de namen van onze voorouders en voorgangers die herdacht worden in straatstenen.
Hier zijn wij gebroken: ontvoerd en vermoord, gedwongen onder te duiken, terwijl hele families vernietigd zijn. Wij zijn beroofd van onze vreugde en onze tradities. Wie de kampen en het onderduiken overleefde, kreeg te maken met de Belastingdienst, de Nederlandse Spoorwegen die ons presenteerden met de rekening voor het voorrecht vervoerd te worden naar onze eigen dood. Om nog niet eens te spreken van de buren die ons hadden verraden of bestolen. We waren getuige van de vernietiging van de wijken die ooit het heimHet woord ‘heim’ betekent in het Jiddisch ‘thuis’. In het Nederlands kennen we het als onderdeel van het woord ‘heimwee’, dat zoveel betekent als een sterk verlangen naar thuis. More waren geweest van ons leven. Uit naam van de vooruitgang zijn onze synagogen, tempels en bibliotheken met de grond gelijk gemaakt. We leerden ons stil te houden, gewoon normaal te doen. Iedereen heeft toch geleden onder de oorlog?
We leerden onze Joodsheid te verbergen van onze kinderen, we waarschuwden hen er niet over te spreken, we gaven hen zulke kleurloze namen dat niemand hen er ooit van zou kunnen verdenken Joods te zijn.
Bijna vergaten wij onszelf: onze vreugde, onze verhalen. De sjoa heeft ons misschien niet allemaal vermoord, maar ze is wel bijna geslaagd in haar doel om onze gemeenschappen, culturen en tradities, ons hele bestaan uit te wissen.
Nu herinneren we. Wij gedenken de mogelijkheid van Joodse vreugde en van verzet tegen onze eigen onzichtbaarheid. Wij zijn de Joden die tegenstellingen en complexiteit omarmen. Wij omarmen onze eigen wanordelijkheid en de verschillen tussen ons. Conformiteit is niet aan ons besteed; idealen van zuiverheid wijzen we af.
Nu eisen we onze doykeitDoykeit (דאָיִקייט) betekent ‘hierheid’ het Jiddisch. Wat een woord! Het is een herinnering aan de blijvende invloed van Joodse socialistische bewegingen in Europa die geloofden in ons hier-zijn, onze plek hier in Europa, in solidariteit met de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Mokum betekent ‘plaats’ in het Jiddisch en Hebreeuws (makom מקום). In Nederland verwijst Mokum ook naar Amsterdam. Sterker nog, Mokum Alef verwijst naar Amsterdam en Mokum Reish naar Rotterdam. More, ons mokum, ons hier-zijn. We willen ons mokum scheppen in onze makom. Wij eisen geworteldheid in diaspora op. Wij dromen van ruimte voor liefdevolle onenigheid, vreugde en verkenning, verwarring en groei. Wij eisen de veiligheid om onze waakzaamheid te laten varen en poorten die lang gesloten zijn geweest, te openen.

